Tsjechie

Tsjechië (Tsjechisch: Česko), officieel de Tsjechische Republiek (Česká republika), is een land in Centraal-Europa. Het land grenst in het westen en noord-westen aan Duitsland, in het noorden aan Polen, in het oosten aan Slowakije en in het zuiden aan Oostenrijk. Sinds 1 januari 1993[4] vormt Tsjechië een zelfstandig land, daarvoor was het het westelijke deel van Tsjecho-Slowakije.

Algemeen Tsjechie

Meer dan vijftien jaar na de splitsing van Tsjecho-Slowakije in Slowakije en Tsjechië blijven er enkele problemen bestaan met betrekking tot de naamgeving van Tsjechië. In het Tsjechisch blijft de lange vorm van de naam (Česká republika, Tsjechische republiek) veel gebruikt, ondanks de pogingen van overheden, geografen en taalkundigen om mensen over te halen de korte vorm Česko (Tsjechië) te gebruiken. In het Nederlandse taalgebied wordt wel de korte naam gebruikt, maar in veel andere talen blijft de lange vorm gangbaar. Zo wordt in het engels vaak Czech Republic gebruikt in plaats van Czechia en in het Frans République tchèque in plaats van Tchéquie.

De laatste jaren wordt in de Tsjechische media het woord "Česko" steeds meer gebruikt. Veel Tsjechen zijn echter tegen het gebruik van deze naam. Het bijvoeglijk naamwoord van Česko, "český", is namelijk ook het bijvoeglijk naamwoord van ČechyMoravië en Tsjechisch Silezië. In feite is dit hetzelfde als dat het woord "Engeland" wordt gebruikt om het gehele Verenigd Koninkrijk aan te duiden, en "Holland" als men heel Nederland (Bohemen). Zo betekent het woord dus zowel "Tsjechisch" als "Boheems". Het gebruik van het woord "Česko" wordt dus niet op prijs gesteld door de inwoners van de twee andere regio's van het land; bedoelt.

Geschiedenis van Tsjechie

 In de Middeleeuwen maakten de twee belangrijkste delen van Tsjechië, Bohemen en Moravië, deel uit van het Heilige Roomse Rijk. Het koninkrijk Bohemen was een belangrijke macht, maar religieuze conflicten zoals de Hussietenoorlogen in de 15e en de Dertigjarige oorlog in de 17e eeuw scheurden het rijk uiteen. Later kwam het gebied in de macht van de Habsburgers en maakte deel uit van het grote Oostenrijk-Hongarije.

Nadat de Eerste Wereldoorlog een eind had gemaakt aan het bestaan van Oostenrijk-Hongarije, sloten de Tsjechen en de Slowaken zich aaneen, en richtten in 1918 de onafhankelijke republiek Tsjecho-Slowakije op. Een kwart van de bevolking van de nieuwe republiek - met name in de grensgebieden van de huidige Tsjechische landen - was Duitstalig, zij werden wel veralgemenend Sudeten-Duitsers genoemd. In 1918 wilden zij zich bij Oostenrijk aansluiten, maar na het Verdrag van Saint-Germain kwamen zij definitief bij Tsjecho-Slowakije. De achterstelling van deze groep Duitsers door Tsjecho-Slowakije was voor Nazi-Duitsland aanleiding om dit gebied te annexeren na het Verdrag van München in 1938. Ook Slowakije besloot zich af te scheiden. Het overgebleven gebied werd in 1939 door Duitsland bezet (Protectoraat Bohemen en Moravië).

Na de bevrijding door Amerikaanse en Sovjet-legers in 1945 verkeerde het Tsjechische gebied in chaos; hoewel de schade aan gebouwen meeviel, was vooral in de laatste jaren de nazi-repressie sterk toegenomen. Conform het program van Košice en de Beneš-decreten van 1945 werden de Sudetenduitsers en in mindere mate de Hongaren uit het herstelde Tsjecho-Slowakije verdreven. Met name de verdrijving van de Duitse bevolking in de huidige Tsjechische landen ging gepaard met veel bloedvergieten, hoewel na 1947 de deportaties minder gewelddadig verliepen.

Na de Tweede Wereldoorlog werd de Tsjecho-Slowaakse staat volledig hersteld en maakte het land steeds meer deel uit van het Oostblok, mede door de sinds juli 1945 toenemende invloed van de communisten in met name Tsjechië. Tsjecho-Slowakije was in het interbellum en tot 1948 een parlementaire democratie. In 1948 vond een communistische staatsgreep plaats en werd het land een communistische dictatuur. In 1968 brak een kortstondige liberalisering van het officiële socialisme tijdens de zgn. Praagse Lente aan. Troepen van het Warschaupact maakten hieraan bloedig een einde. De Fluwelen Revolutie (1989) maakte aan de alleenheerschappij van de communistische partij een einde en herstelde de democratie in Tsjecho-Slowakije.

Op 1 januari 1993 maakte ook Tsjechië zich los van de opgeheven staat Tsjecho-Slowakije, nadat Slowakije de unie met Tsjechië vreedzaam verlaten had. In 1999 trad Tsjechië toe tot de NAVO en op 1 mei 2004 tot de Europese Unie; er trad een snellere versterking van westerse invloeden en verdergaande liberalisering van het marktsysteem op.

(bron=wikipedia)